Keep your head up. God gives his hardest battles to his strongest soldiers.

Soms heb ik het idee dat ik wellicht een beetje zwak overkom of zoiets op deze blog. Ik schrijf hier wat ik echt voel, wat ik echt denk…hoe het echt met me gaat. Natuurlijk lijk ik dan een beetje kwetsbaar. Het leven heeft mij niets voor niks gegeven. Ik heb overal voor moeten knokken, keihard en bijna helemaal in mijn eentje.

Jaren geleden sliep ik, ook midden in de winter, nog een jaar lang in een ‘pipo de clown’-wagen. Het was ijskoud. Ik schaamde me voor waar ik woonde. Technisch gezien was ik dakloos. Ik heb er alles aan gedaan om dit verborgen te houden voor de buitenwereld, bang om veroordeeld te worden. Zelfs mijn beste vrienden wisten niet waar ik woonde. Ik verzon smoesjes om te voorkomen dat ze bij ‘mijn huis’ wilde komen kijken. Overdag was ik een ijverige student, ’s nachts lag ik daar te bibberen van de kou. Ik was al enige tijd clean, maar had duidelijk mijn leven nog niet helemaal op orde. De woningsstichtingen waren heel duidelijk in hun oordeel: je bent een student dus je hebt geen recht op een reguliere woning. Ik wilde een leven opbouwen met mijn kind. Ik wilde niet langer dat zij bij mijn moeder moest slapen. Bij mijn moeder was er geen slaapplek voor mij. Ik heb een jaar lang gebeld, gesmeekt, gehuild of ze me alsjeblieft een woning wilden aanbieden… Het antwoord was ijskoud: ‘Jij hebt er toch voor gekozen om aan kinderen te beginnen’. Pure bureaucratie. Er was simpelweg niet doorheen te prikken, totdat er een medestrijder, een woonconsulente, samen met mij mee ging vechten. Enkele weken later was daar mijn woning. Het geschenk van God.

Totdat er brand uitbrak bij de buren. Iemand bleef midden in de nacht maar aanbellen. Toen ik de deur opendeed schreeuwde hij dat er brand was uitgebroken en dat ik zo snel mogelijk weg moest. Het was midden in de tentamenweek, dat weet ik nog heel goed. Het vroor. Ik rende zo snel mogelijk naar mijn dochters kamer, maakte haar wakker en deed haar snel haar schoenen en een jasje aan. Ik ben gaan rennen voor mijn, maar vooral haar, leven. Toen ik amper de straat uit rende was er een keiharde knal, een ontploffing. Ik ben niet meer gestopt met rennen, terwijl ik mijn dochter in mijn armen hield. Niet meer achteromkijkend. Ik heb minstens een uur buiten in mijn nachthemdje gestaan terwijl het had gesneeuwd en het nog steeds vroor. Ik voelde de kou niet meer. Er kwam een moeder-instinct naar boven. Een instinct waardoor ik nu weet dat je wel van hele goede huize moet komen om mij te breken. De brand bleek achteraf aangestoken te zijn. Ik check nu nog steeds het gas iedere keer dat ik wegga of ga slapen. Brand is mijn grootste angst. Ik heb het nooit verwerkt. Ik had geen tijd om stil te staan bij wat er die nacht is gebeurd.

Vandaag sta ik hier wel bij stil. Het leven in een ‘pipo de clown’-wagen was zwaar, maar nooit ben ik in die tijd daadwerkelijk de hoop verloren. Ik wist dat het ooit beter zou gaan. Ik wist dat dit niet voor eeuwig zou duren. Ik ben doorgegaan met alle doelen die ik wilde bereiken. Nooit heb ik het opgegeven. Ik heb al mijn tentamens destijds met hoge cijfers en in één keer behaald. En die brand. Die brand heeft mij geleerd dat ik sterker ben dan dat ik ooit had kunnen bedenken. Het is bizar waartoe een mens in staat is. Het is een Gods wonder waartoe een moeder in staat is…dat heb ik die dag mogen ervaren.

Nu begeleid ik gezinnen die zich in een moeilijke positie bevinden. Gezinnen die dreigen dakloos te raken, gezinnen in financiële nood, gezinnen waarvoor de deur ook vaak gesloten wordt…mensenrechten in Nederland? Mwah, het is niet zo goed met deze rechten gesteld als dat we graag willen denken. Onlangs heeft een Duitse rechter nog besloten om een asielzoeker niet terug naar Nederland te sturen, omdat hier zijn of haar rechten geschonden zouden worden. Nederland vindt namelijk dat ze helemaal niet voor bed en brood hoeven te zorgen voor asielzoekers. En zoals blijkt uit mijn verhaal, men voelt zich ook niet verplicht om hiervoor te zorgen ten opzichte van Nederlanders. Burgers moeten het zelf maar uitzoeken. Kinderen in een daklozenopvang.. ja, het gebeurt echt. Verdienen deze kinderen niet een veilig thuis, ondanks de verkeerde keuzes die hun ouders misschien op financieel gebied hebben gemaakt? Ik strijd met mijn cliënten mee, want zij verdienen het om rechtvaardig behandeld te worden. Ik wil hen hoop op een betere toekomst geven. Ik wil hen laten voelen dat ze er niet alleen voor staan. Ja, ik heb hart voor mijn werk.

En mijn toekomst? Het zal misschien niet altijd makkelijk gaan. Het zal vast nog een hele hoop tranen gaan kosten. Ik zal nog regelmatig een strijd moeten voeren. Wellicht zal ik me zelfs wanhopig voelen. Iedereen krijgt tegenslagen te verwerken. Maar ik weet nu ook dat ik een vechter ben. Ik weet nu dat ik niet zo snel uit het veld te ruimen ben. Ik weet nu dat mijn koppigheid en eigenwijsheid misschien een beetje vervelend is voor andere mensen, maar dat dit mijn gave van God is. De gave om niet op te geven. De gave om door te gaan, hoe hopeloos het ook lijkt. Ja, toekomst… kom maar op!