Gisteren ging het best goed met mama na haar bestralingen. Gisteren vond ze wel een aantal haren op haar kussen. Ze vindt het niet erg om haar haren te verliezen, maar ergens is het toch ingrijpender dan verwacht. Het gaat hierbij niet om de uiterlijke verschijning, maar meer om het gegeven dat het een duidelijk signaal is van haar ziekte en de daarbij behorende bestralingen. Vandaag voelde mama zich misselijk.

Iedere dag wordt mama opgehaald door de zorgtaxi. De eerste twee keer had mama een taxichauffeuse die vooral haar eigen leven erg interessant vindt en hier ronduit over praatte. Vandaag had mama een gelovige taxichauffeuse, waardoor ze de eerste meer begon te waarderen. Mama is niet gelovig en zelfs deze sluipmoordenaar verandert daar niets aan. Nu heeft ze – zoals zij het zelf noemt – twee vakantiedagen en zelfs een snipperdag. De apparatuur wordt maandag schoongemaakt, dus dan wordt ze niet bestraald. Het moeilijkst vindt mama opmerkingen van anderen over hoe ze met haar sluipmoordenaar omgaat. Ze  is te nuchter. Mensen denken dat ze niet beseft wat er aan de hand is. Mama begrijpt precies wat er speelt, maar zij kiest er voor om het niet haar leven te laten beheersen. Ze geniet extra van de goede dagen en de slechte dagen verbijt ze als een strijder. Anderen vragen mama hoe het kan dat ze nog steeds boodschappen gaat doen, terwijl ze op dit moment bestraald wordt. Het lijkt me vermoeiend om steeds zulke opmerkingen en vragen naar je hoofd geslingerd te krijgen, hoe goed anderen het natuurlijk ook bedoelen.

Ikzelf voel me een slap vaatdoekje. De moeheid continue, de levenloosheid, de slapeloosheid en het niets doen om dit te verbreken. Er moet duidelijk iets veranderen, want op dit moment word ik vooral gek van mezelf. De laatste paar weken hebben we een aantal fikse klappen geïncasseerd. We zijn gewoon doorgegaan. Nu is het enigszins stabiel (voor mij dan, want mama moet nog iedere dag naar Daniël Den Hoed) en nu voel ik pas hoe uitgeput ik ben. Tot nu toe heb ik iedere afspraak met anderen afgezegd. Net op het laatste moment heb ik er geen zin meer in. Of nee, eigenlijk gaat het verder dan geen zin. Alles in mij zegt dat ik het niet op kan brengen om sociaal te doen en geforceerd blij te zijn. Ook nu zeg ik het liefst de afspraak met een goede vriendin af. We blijven gewoon thuis, maar het voelt alsof ik iets moet doen wat ik heel eng en stom vind. Het is een beetje lastig uit te leggen. De drang naar weer een avondje alleen op de bank hangen is groot, maar anderzijds weet ik dat een avond met die vriendin er voor zal zorgen dat ik me iets beter voel. Dat het me weer iets meer energie zal geven. En morgen kan ik deze uitdaging weer aangaan, want ook dan heb ik een afspraak. Het is vreemd hoe zoiets simpels opeens zo moeilijk voor me kan worden. Het enige wat ik weet is dat ik me weer moet herpakken, want niets doen helpt sowieso niet.

Gisteren kreeg ik een reactie op mijn blog over de periode dat ik technisch gezien dakloos was. Het betreft het verhaal van een zus over haar dakloze broer. Ik wil jullie graag vragen om deze reactie te lezen. Waarom? Omdat zij zo dapper is geweest om haar verhaal te vertellen én omdat ik hoop dat het bewustwording creëert. Het verhaal van haar broer en zijzelf is de moeite waard om te lezen. Het laat je beseffen dat daklozen ook mensen zijn, ieder met een eigen verhaal. Dat zij het ook verdienen om gehoord te worden. En gewoon, om ons stukje menselijkheid niet te verliezen. Ik wil haar laten beseffen dat haar broer en zij niet alleen zijn. Steun is een krachtig middel om te helen. Niet moeilijk om aan te bieden en het kost niets, maar het kan iemands leven zo veel zonniger maken dan dat het is.

Oh, nu lees ik pas mijn blog ‘Mensenrechten’  terug en met name in de laatste alinea vind ik woorden en zinnen terug die ik nóóit mag vergeten, vooral nu niet. Het leest opeens heel anders weg dan dat ik het destijds vast bedoeld heb. Misschien is het sentimenteel of wellicht zelfs raar dat deze woorden – nota bene mijn eigen woorden (!!!) – mij voor dit moment even troost bieden. Maar goed, who cares? Ik blijf ze herhalen totdat ik weer mezelf ben. 😉

En mijn toekomst? Het zal misschien niet altijd makkelijk gaan. Het zal vast nog een hele hoop tranen gaan kosten. Ik zal nog regelmatig een strijd moeten voeren. Wellicht zal ik me zelfs wanhopig voelen. Iedereen krijgt tegenslagen te verwerken. Maar ik weet nu ook dat ik een vechter ben. Ik weet nu dat ik niet zo snel uit het veld te ruimen ben. Ik weet nu dat mijn koppigheid en eigenwijsheid misschien een beetje vervelend is voor andere mensen, maar dat dit mijn gave van God is. De gave om niet op te geven. De gave om door te gaan, hoe hopeloos het ook lijkt. Ja, toekomst… kom maar op!

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.