Vroeger had ik paarden: twee Belgische knollen en drie shetlanders. Die paardjes waren mijn lust en mijn leven. Ik had geen oog voor andere dingen. De liefde die ik van die paarden kreeg was onvoorwaardelijk. Vanuit school fietste ik meteen door naar de paarden. Ik verzorgde hen met veel plezier. De twee Belgische knollen waren nog veulens en het voelde zo geweldig aan om hen steeds nieuwe dingen te leren. Ik kon zelfs genieten van de ondeugd die zij uithaalden (bijvoorbeeld uit de wei ontsnappen). Mijn paarden stonden bij een oude paardenhandelaar van bijna negentig jaar oud. Daar stonden zij gratis in ruil voor een kopje koffie en soms samen een hapje eten. Hij was een soort opa voor me. De man vereenzaamde helemaal. Ook hij genoot zichtbaar van de paarden om hem heen. Helaas kwam er op een dag het vervelende bericht dat hij overleden was. Het was die dag dat ik afscheid moest nemen van die lieve oude man én van mijn paarden. Het kostte te veel geld om hen ergens in een stal te plaatsen. Het verdriet dat dit met zich meebracht was zo groot dat ik hierna nooit meer heb paardgereden. Als je te veel van iets houdt, dan is het verdriet extra groot als je het verliest. Die pijn wilde ik nooit meer.

Het zal enkele maanden later zijn geweest toen ik mijn vader voor de laatste keer zag. Ik heb te veel mensen zien komen en gaan. Het verdriet na afloop was keer op keer heel intens. Het is steeds opnieuw een klap. Op een bepaald moment heb ik besloten dat het beter is om niet aan iedereen mijn hart te geven. Laat hen zich eerst maar eens bewijzen, dan zien we wel of ik hen binnenlaat in mijn hart. Het lijkt heel logisch om zo te handelen, maar hoe bewijst iemand zijn of haar waarde? Is het eerlijk om iemand te laten vechten voor liefde? En in hoeverre doe ik zelf dan moeite? Eerlijk gezegd doe ik geen moeite, want het kan me in die tijd niet schelen of iemand me verlaat. Het kan me niet schelen als ik nooit meer wat hoor. Het boeit me simpelweg gewoon niet. Het is me vaker dan eens verteld dat ik egocentrisch ben. Ergens moet ik toegeven dat dit waar is. Ik wil zo niet zijn, echt waar niet… maar ik ben zo bang om pijn te worden gedaan…

Op het relationeel vlak ben ik dan ook een ramp. Het voelt een beetje alsof ik mijn eigen geluk saboteer, want ik wil onwijs graag een duurzame relatie. Ja, ik wil net als ieder ander gelukkig oud worden met mijn droomman. Het vormt alleen onwijs een probleem dat ik onbewust helemaal niemand toelaat. Mijn hele leven is ingedeeld om single te kunnen blijven. Ik heb mijn master’s degree gehaald om genoeg geld te kunnen verdienen om zo altijd in mijn eentje voor dochterlief en mij te zorgen. Ik heb simpelweg op financieel vlak geen man nodig. Dat is op zich nog best een rationele keus geweest. De andere manieren waarop ik liefde tegenhoud zijn wat minder rationeel. Lieve woorden krijg ik niet over mijn lippen. Het voelt opeens allemaal net iets te ‘echt’ als ik eenmaal die woorden heb uitgesproken. ‘Echt’ betekent dat ik ook echt pijn kan worden gedaan. Ik wil mensen niet vaker dan één keer per week zien, omdat ik anders te veel van hen ga houden. Ik laat nooit iets uit mezelf horen, bang dat mijn hart steeds meer verkocht op hen raakt. In mijn hoofd spelen er continue scenario’s af over waarom ik niet iemand te dichtbij moet laten komen. Ja, stel je eens voor dat zij er achter komen dat je een rampzalige huisvrouw bent? Een man wilt niet zo’n vrouw die amper weet hoe zij een stofdoek moet gebruiken! Ik herhaal tijdens de date-fase continue wat er mis met mij is: ik was verslaafd en formeel gezien ben ik een depressieve borderliner met ADHD én PTSS, dus weet waar je aan begint vriend! Het is opvallend hoe ik wegwuif dat het me anders wel is gelukt om voor een kindje te zorgen en ondertussen te werken én twee opleidingen tegelijkertijd heb gedaan. Als mensen me ook maar een keer op een negatieve manier raken, dan is het wat mij betreft klaar. Ik doe werkelijk alles om niet verliefd te worden.

Het vreemde is dat ik de laatste keer juist verliefd werd op iemand waarop ik niet verliefd had moeten worden. Het is schofterig hoe ik mensen af en toe beticht van niet te vertrouwen zijn en vervolgens wel vertrouwen heb in iemand die dat duidelijk niet was. Een psycholoog zei ooit tegen me dat het vertrouwensgedeelte ernstig beschadigd is. Ik voel me veilig bij mensen die niet te vertrouwen zijn, omdat ik dit gewend ben en weet hoe ik hiermee om moet gaan. De alarmbellen gaan juist rinkelen bij mij als iemand WEL te vertrouwen is. Het is natuurlijk een mooie theorie, maar ook zij beaamde dat dit eigenlijk niet meer weg te therapieën is. Zij raadde me zelfs aan om maar geen relatie meer te beginnen.. Oké, dat is fijn, ja. Hierna heb ik overigens wel een goede relatie gehad met H. die beëindigde in een break-up whatsappje vanuit zijn kant. Was hij dan stiekem toch wel een klootzak?

Deze blog is weer een onwijs vreemde zelf-analyse geworden… Het was niet gepland, maar soms is het toch zo lekker om al je gedachten gewoon op het web-papier te zetten!

first date