Zoeken

De wereld van Anna

Tag

nachtmerrie

08 juni 2015: nachtmerrie

Late nights, early mornings… Die combinatie gaat me steeds slechter af. Vorige week lag ik op een avond al om 19 uur te slapen. Ik was werkelijkwaar helemaal opgebrand. Ik heb tot de volgende ochtend 7 uur geslapen. Die avond was ik weer om 00.00 uur zo moe dat ik gewoon niet meer wakker kon blijven. Vannacht heb ik heel slecht geslapen. Ik kon de slaap niet vatten, en ik heb onrustig geslapen. Nachtmerries waren steeds opnieuw de reden dat ik wakker werd.

In mijn droom werd ik wakker om naar het toilet te gaan. Daarna wilde ik een slokje drinken, maar er kwam geen water uit de kraan. Toen ik het licht aan wilde zetten, begonnen de lampen afwisselend te knipperen. Angstig kroop ik terug in bed. Dochterlief stond niet veel later naast mijn bed. Ik wilde net vragen wat er aan de hand was, toen ik hoorde dat iemand ons huis probeerde binnen te dringen. De voordeur begon keihard te rammelen.

En toen schrok ik wakker..

Het duurde nog enige tijd voordat ik weer kon slapen. Ik was blij dat het maar een droom was. Tegelijkertijd voelde ik me – mede dankzij mijn slaapdronken toestand – nog wel heel angstig. Het zweet liep over mijn gezicht. Hopelijk heb ik vannacht een wat rustigere nacht…

Over kastelen en monsters

Vannacht had ik – na een heel gezellige avond op het verjaardagsfeestje van een vriendin – een angstaanjagende nachtmerrie. Ik probeer nachtmerries altijd te ontcijferen, omdat ik geloof dat mijn onbewuste ik me via deze weg iets bewust wil maken. Deze nachtmerrie was er zo een waarna ik eventjes vol met angst wakker bleef, dus dat betekent voor mij dat het wel een heel belangrijke droom moet zijn.

Wat droomde ik? 

Ik droomde dat ik een meisje op een donkerbruin paard leerde kennen. Het meisje was weggevlucht omdat in haar was aangevallen en ik besloot haar te  redden. Helemaal alleen liep ik een groot bos in. In dat bos stond het kasteel waar dat meisje in woonde. Terwijl ik naar het kasteel liep, werd ik aangevallen door monsters. Ze gooiden stenen naar me. Zo snel als ik kon, rende ik het kasteel in en verstopte me in een verborgen kamer.

Wat betekent het? 

  • Meisje: in dromen staan mensen als symbool voor delen van je eigen persoonlijkheid.
  • Donkerbruin paard: vertegenwoordigt sterke, fysieke kracht. Je dient je ongetemde kracht te kanaliseren. Een donker of zwart paard duidt op mysterie, wildheid en het onbekende. Dit paard kan zelfs duistere krachten symboliseren.
  • Vluchten: vluchten voor de waarheid. Ook kunnen ze gevoelens van tekortkoming, mislukking of onzekerheid weergeven. Als je droomt dat je in paniek wegvlucht voor een vijand, kan het zijn dat je als je wakker bent jouw angsten niet onder ogen ziet.
  • Iemand redden: vertegenwoordigt een aspect van jezelf dat is verwaarloosd of genegeerd. Je probeert een manier te vinden om dit verwaarloosde deel van jezelf te uitten.
  • Bos: het bos staat voor het onbekende of onderbewuste. Als je droomt dat je door een bos loopt, duidt dit erop dat je terugkeert naar een onschuldig en spiritueel aspect van je karakter.
  • Kasteel: als je een kasteel ziet in je droom symboliseert dit beloning, eer, erkenning en het lof voor wat je bereikt hebt. Het voorspelt een gelukkige toekomst, omringd door de liefde van (jouw) kinderen, gulheid van buren en het comfort van vrienden. Je zou zelfs voorbestemd kunnen zijn voor een machtige positie.
  • Aangevallen worden: betekent de noodzaak om jezelf te verdedigen. Je voelt je gestrest, kwetsbaar en hulpeloos. Je kunt ook geconfronteerd worden met moeilijke veranderingen in je wakende leven.
  • Monsters: monsters staan voor eigenschappen die je lelijk of ongepast vind. Je zou ergens bang voor kunnen zijn, of bepaalde emoties hebben onderdrukt. Als je gevolgd wordt door een monster, duidt dit op verdriet of ongeluk in de nabije toekomst.
  • Stenen: Als je droomt over stenen kan dit ook duiden op morele kwesties en/of schuldgevoel.

Toegepast op mijn dagelijkse leven:

Na jaren werd mijn gelukkige toekomst eindelijk realiteit. Ik had alles goed op orde: heb een mooie baan, een leuk huisje en een nog veel mooier en liever kind. Ja, ik was gelukkig. Ik word omringd door liefde. Plots uit het niets was daar mijn grootste vijand: de hersentumor van mama. Het heeft heel mijn leven een stuk minder mooi gemaakt dan dat het was. Ik ga één van mijn dierbaarste mensen in het leven verliezen (aanval van het kasteel). Het meisje op het paard, ik dus, wordt door iedereen gezien als een krachtig en sterk persoon (het paard). Ik zie mezelf liever ook als krachtig en sterk dan als kwetsbaar en hulpeloos. Ik vlucht weg van de onzekerheid die de ziekte van mama met zich meebrengt en zoek toenadering bij mezelf. Het meisje op het  paard wordt door mij gered. Ik heb mijn kwetsbaarheid genegeerd, maar voel wellicht aan dat ik dit niet voor altijd kan blijven doen. Ik word aangevallen door monsters, mijn angst en schuldgevoel met betrekking tot mama’s ziekte. Het gevoel haar altijd tekort te schieten. Het niet goed te doen. En het is natuurlijk de confrontatie met het gegeven dat heel mijn leven gaat veranderen (en niet ten goede). Er zal verdriet en ongeluk zijn in de nabije toekomst. De monsters gooien met stenen die volgens mij staan voor het schuldgevoel wat ik continue heb, maar ook steeds probeer weg te stoppen. Ik vlucht voor de waarheid. Ik drink sinds mama’s diagnose geen alcohol meer en ik houd sterker vast aan mijn geloof (bos).

Deze droom heeft me weer veel inzicht gegeven… Nachtmerries zijn zo slecht nog niet.

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.

KLIK HIER VOOR MIJN ACTIE BIJ STOPHERSENTUMOREN.NL

 

Almost two months past since the diagnosis

Ik neem jullie mee naar vier juli 2014. Mama komt verbouwereerd mijn woonkamer binnen gelopen. ‘Ik heb een hersentumor’, hoor ik haar zeggen. Verschrikt kijk ik op. ‘Nee’, antwoord ik, ‘dat kan niet’. Ze vertelt mij dat ze een telefoontje van de neuroloog heeft gehad. Ze hebben witte vlekken op haar hersenstam gevonden. Voor heel even weiger ik het te geloven. In de avond bel ik haar op. ‘Dit is toch niet waar, mama‘? Zachtjes hoor ik haar snikken. ‘Dit kan niet, mama. Het kan niet waar zijn, want als het echt zo is, dan ga je dood‘. Ik kan mijn tranen niet meer bedwingen. In foetushouding ga ik op de grond zitten. Het is nog maar het begin van de nachtmerrie waar wij ons tot op de dag van vandaag in bevinden.

De afgelopen weken bestonden uit bezoekjes aan Erasmus en Daniël Den Hoed. De neuroloog, de neurochirurg, de radiotherapeut, de neuro-oncoloog. Mensen die ik helemaal niet wil kennen. Mensen die uit mijn leven hadden moeten blijven en al helemaal uit die van mama! Het moment waarop ik dochterlief moest vertellen dat haar oma ernstig ziek is. Huilende mensen aan mijn keukentafel. Mijn opa en oma die intens verdrietig zijn. De gesprekken met mijn tante. De momenten dat we het proberen te vergeten en leuke dingen doen. Een jehova-getuige die aan mijn deur in huilen uitbarst door mijn antwoord op ‘hoe gaat het’? Ik wou dat deze twee maanden maar een nachtmerrie waren. Ik wou dat ik kon ontwaken uit deze hel.

Van een zorgeloos bestaan moesten we overschakelen naar een leven waarin we continue bang zijn voor wat er komen gaat. Het liefst zet ik de tijd voor altijd stop, want mijn lieve moeder verliezen. Nee, dat wil ik niet.

De afgelopen maanden hebben we vaak van artsen moeten horen dat zij het ook niet weten en dat zij verder niets kunnen. Het maakt me verdrietig en het maakt me kwaad. Mijn moeder wordt op dit moment bestraald om haar leven te kunnen verlengen. Levensverlengend, wat een ongelooflijk rotwoord.

Er is niets wat ik kan doen om mijn mama te genezen. Ik voel me machteloos en wanhopig. Als een toeschouwer kijk ik vanuit de zijlijn toe hoe die sluipmoordenaar iedere dag opnieuw ons weer een stukje van mijn moeder ontneemt. Gisteren voelde mama zich opeens heel erg ziek worden. ‘Ik moet naar buiten’, zegt ze overduidelijk ziek. De bestralingen zijn heftig. Heel erg heftig. Ze krijgt een kaal plekje op haar achterhoofd. Van de medicatie komt ze tien kilo aan. Het iedere dag opnieuw op en neer naar Rotterdam. Het is een strijd zonder eind. Het ergste is dat je aan de situatie went. Dat je die sluipmoordenaar accepteert. Hoe kan ik in godsnaam accepteren dat mijn moeder dood aan het gaan is? Hoe kan ik accepteren dat de artsen niets kunnen doen? En niet omdat het onmogelijk is om iets te doen. Nee, omdat er AMPER ONDERZOEK wordt gedaan vanwege financiële redenen. Het is geen veelvuldig voorkomende ziekte. En de media? Nee, die boeit het niet!

Die machteloosheid en wanhoop zijn de reden dat ik vanuit STOPhersentumoren.nl toenadering zoek. Ik wil strijden in plaats van toekijken. Ik wil iets doen om mijn mama te helpen. Om al die anderen, in precies dezelfde positie, te helpen. Onze ogen sluiten voor leed is makkelijk. Iets doen veel moeilijker. Maar als wij het niet doen. Wie dan wel?

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.

KLIK HIER VOOR MIJN ACTIE BIJ STOPHERSENTUMOREN.NL

Chapter 1. Nachtmerrie

Gillend word ik wakker. Bram kijkt me aan met zijn oh-zo-bekende ongeruste blik. ‘Je hebt weer een nachtmerrie gehad, Alice’. Ik stap uit bed. Het is alsof mijn gezicht in brand staat. Ik heb het bloedheet. Ik loop naar de badkamer om mijn gezicht af te koelen met wat water. Een moment kijk ik in de spiegel. Mijn rode haren hangen wild langs mijn gezicht. Bram komt achter me staan en houdt me stevig vast. ‘Hij is dood, schatje. Je hoeft niet meer bang te zijn. Hij kan je geen pijn meer doen’. Met zijn prachtige bruine ogen probeert hij oogcontact te maken. Ik wend mijn blik af. Hij denkt dat ik nog steeds bang voor hem ben, maar in werkelijkheid ben ik bang voor het monster dat ik zelf ben geworden. Mijn dromen worden steeds gewelddadiger. Ik word steeds gewelddadiger. Ik spetter wat koud water in mijn gezicht. Bram bedoelt het goed, maar ik trek zijn toenadering op dit moment niet. Ik draai me om en ik kijk hem diep in zijn ogen aan. ‘Lieverd, ik moet even alleen zijn’. Brams gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen. Hij begrijpt het niet. ‘Ik kan je nu toch niet alleen laten’? ‘Dit is juist het moment dat je me even alleen moet laten’, zucht ik. Ik maak me los uit zijn greep en loop zo snel mogelijk de badkamer uit. Ik voel zijn ogen in mijn rug prikken. Snel kleed ik me om en pak ik mijn telefoon. ‘Wat ga je doen’? Waarom stelt Bram altijd op het verkeerde moment de verkeerde vragen? Ik wil niet tegen hem liegen. Het lijkt wel of de leugens alleen maar op blijven stapelen. Zullen hij en ik ooit nog verder kunnen zoals we deden voor die noodlottige dag? Ik schud de nare gedachten van me af. Ik kan niet langer meer tegen hem liegen. Ik wil het niet meer. Ik kleed me stilzwijgend om. Bram probeert mijn hand vast te pakken. Ik sla zijn hand van me af. ‘Laat me verdomme een keer met rust, Bram! Ik word gek van je’, schreeuw ik met pijn in mijn stem. Ik haat het om hem verdriet te doen. Gefrustreerd loop ik de kamer uit, de trap af en uiteindelijk de voordeur uit. Als een speer loop ik naar mijn auto. Wat ben ik toch allemaal aan het doen? Langzaamaan begin ik mezelf steeds minder te begrijpen. Wat moet Bram wel niet van me denken? Hij verdient het niet dat ik zo tegen hem doe. Ik kan het hem ook niet uitleggen. Het laatste wat ik wil, is dat ik hem op wat voor manier dan ook in gevaar zal brengen. Terwijl ik op de automatische piloot naar de plaats van bestemming rijd, denk ik aan de nare droom. Iedere nacht droom ik exact hetzelfde. Iedere nacht word ik op exact hetzelfde moment gillend wakker, en altijd is Bram er om me op te vangen. Het breekt niet alleen mij op, maar ook Bram gaat er kapot aan om mij steeds zo te zien. Het is hem gelukkig nog niet opgevallen dat ik steeds om 2:22 uur gillend wakker word. Wat gebeurt er toch met me? In de droom komt steeds hetzelfde slachtoffer naar voren. Als een roofdier ren ik door de bossen. Ik verlies het slachtoffer nooit uit het oog. Doelgericht val ik de angstige man aan. Iedere nacht opnieuw. Ik stop de auto voor de leegstaande fabriek. Ik lijk wel gek dat ik hier zo diep in de nacht daadwerkelijk toegereden ben. Moet ik nu wel echt naar binnen wandelen en de confrontatie aangaan? Poeh, Alice… het is nu niet het moment om bang te zijn. Ik stap vol onzekerheden de auto uit en loop direct naar één van de ramen die al eerder door iemand opengebroken is. Ik klim door het raam naar binnen en stap de vervallen fabriekshal in. ‘Christian, ben je er’, schreeuw ik vragend. Ik krijg geen respons. ‘Ik weet dat je er bent, Christian’! Het kost mijn ogen moeite om aan het donker te wennen. In mijn droom kan ik misschien zo dapper zijn om iemand aan te vallen, maar op dit moment ben ik angstig. Dit was overduidelijk weer geen slim plan, maar slim zijn is de laatste tijd toch al niet een eigenschap die vaak naar voren komt bij mij. Mijn leven heeft sinds die bewuste dag een heel nare en aparte wending aangenomen. Dat ik dan toch uiteindelijk daadwerkelijk naar binnen ben geklommen is slechts een bevestiging dat mijn normale en veilige leventje van vroeger voor eeuwig voorbij is. Nog voordat ik me bewust kan worden van wat er aan de hand is heeft iemand me van achteren beslopen en me met zijn hand het zwijgen opgelegd.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑