Ik lijk meer op mijn vader dan op mijn moeder. Als het gaat om uiterlijke kenmerken in ieder geval. Innerlijk ben ik meer een combinatie van beiden met uiteraard mijn eigen unieke kenmerken. In mijn vader herkende ik gisteren het drukke en enthousiaste praten wat mijn broertje ook altijd doet. Papa praat ook zo hard als hem. In papa’s denkwijze zie ik overeenkomsten met die van mij. Hij ziet ook geen kleur als het gaat om medemensen. Hij heeft ook zo’n hekel aan radicaal-rechtse houdingen. Ik dacht altijd dat genen ondergeschikt zijn als het gaat om het ontwikkelen van een eigen karakter. Ik moet hier misschien een klein beetje op terug komen. Deze man heeft dik 12 jaar geen (aanzienlijke) rol gespeeld in mijn leven, en voorheen was hij niet de man die ik gisteren zag. En toch lijk ik op hem. Meer dan ik had verwacht.

Papa is veranderd. Hij is zachter geworden. De man die ik gisteren zag zou mij nooit een hoer noemen. Hij zou me niet vernederen. Hij is begripvol, en trots op mij en wat ik allemaal bereikt heb. Ik werd ontzettend warm ontvangen door papa en zijn vrouw. Ik had verwacht dat ik zo snel mogelijk weg zou willen, maar ik wilde juist blijven. We hadden het over Vietnam en maakten zelfs al de afspraak dat ik hen zou komen bezoeken als ze eenmaal weer daar zijn. We hadden het over mama. We hadden het over het verleden, heden en toekomst. Er kwamen lekkere hapjes op tafel. Ik genoot van ieder moment.

Van tevoren ging ik er vanuit dat ik hem nooit meer als mijn vader zou kunnen zien. Gisteren voelde ik meteen dat hij wel echt mijn vader is. Niet alleen biologisch. Ik voelde meteen een connectie. Het is een vreemde gewaarwording. Zo sterk heb ik dit met hem nog niet eerder gevoeld. Ik was altijd bang voor mijn vader. Nu voelde ik liefde. Misschien komt het ook wel omdat ik mijn moeder zo gigantisch mis. Misschien ben ik wel gewoon wanhopig op zoek naar een ouderfiguur die me steunt zoals alleen ouders dat kunnen. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het goed voelt, en dat is het allerbelangrijkste.