Wat is dit moeilijk. God, wat is dit moeilijk. Ooit iemand waar je onwijs veel van houdt zoveel zien lijden dat je hoopt dat er een God bestaat die uit haar lijden verlost?

“Beter een negatieve uitslag en dat je jezelf goed voelt dan een positieve uitslag en dat je jezelf slecht voelt”, zei mijn tante nog de dag dat we naar Daniël den Hoed gingen voor de uitslag van de MRI. Wat opgetogen waren we toen de neuro-oncoloog zei dat de bestralingen waren aangeslagen. Euforisch. Ja, dat is het juiste woord. Wat een contrast met het verdriet die we allen nog geen drie maanden later voelen.

Ik ben nu bij mama en zal bij haar blijven tot ze sterft. Morgen komt dochterlief afscheid nemen van haar oma. Mijn lieve mama. Mijn mooie lieve mama die altijd zo optimistisch was. Een vechter. Zachtaardig. Iemand die altijd voor anderen klaarstaat. Mijn lieve mama. Het lukt haar niet eens meer om zelf naar het toilet te gaan.

Ik zal zo naast haar gaan liggen. Haar zachtjes over haar rug kriebelen. Herhalen hoeveel ik van haar houd. Dat ik haar nooit zal vergeten. En bidden tot een God waar ik amper nog in geloof. Bespaar me maar niets meer. Doe me van alles aan. Maar laat mama geen seconde lang meer lijden. Let her go.

I love you to the moon and back. Now and forever.