Ik zit met een knoop in mijn maag in de bus. Dit weekend ging het heel slecht mama. Het gaat nog steeds heel slecht. Vannacht heb ik tot half 4 de ogen uit mijn hoofd gehuild. Ik weet niet wat moeilijker is: het besef dat ik mijn moeder kwijtraak, of het besef dat ik mijn moeder eigenlijk al ben kwijtgeraakt. Mama is de vrouw niet meer wie ze ooit was. De tumor heeft ieder klein aspect van haarzelf en van ons afgepakt. Er is niets meer over van mama. Helemaal niets, nada, nienté.

Het leven bestaat uit vallen en opstaan. Deze val is er eentje van honderden meters naar beneden. Een val die me heel zwaar valt, echt heel zwaar. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat er een dag komt waarop ik weer kan lachen, maar ergens weet ik dat ik ook dit op een dag een plaatsje kan geven. De scherpe kantjes zullen er ooit vanaf gaan. Er komt een dag dat ik een glimlach met een traan op mijn gezicht kan toveren als ik denk aan alle mooie momenten die mama en ik samen hebben gehad. Ik weet dat we dit gaan overleven. Misschien niet vandaag, misschien niet morgen, maar ooit… Ooit zal ik weer gelukkig zijn, wetende dat mama er altijd voor me zal zijn. Ik kan haar dan misschien niet meer aanraken, maar ik zal haar liefde voelen in mijn hart. Deze vrouw heeft me alles geleerd. Dankzij haar ben ik wie ik nu ben. Haar toewijding heeft er voor gezorgd dat ook dit weer iets wordt wat ik zal overleven.

Ik weet niet hoe lang mama nog zal leven. Ik blijf hoop houden dat dit maar een fase is, dat ze zich snel weer beter zal voelen. Maar ik weet beter. De symptomen van doodgaan zijn alom aanwezig: het overgeven, de pijn, de vermoeidheid, het zwaar ademen, het depressieve gevoel, het niet meer kunnen lopen, het ziekenhuisbed.. Het bed waarin ze zal overlijden. Het bed waarin al vele malen mensen voor haar zijn overleden.