Vandaag was best een dieptepunt in mijn leven na mama’s diagnose. Het lukt me redelijk goed om te blijven werken en gewoon mijn dingen te blijven doen. Het slapen is een stuk problematischer. Ik lig soms nachtenlang wakker met een hart dat flink tekeergaat, chaotische gedachtes aan van alles en nog wat, en… met haarpijn. Het voelt hele dagen aan alsof mijn haar heel strak beetgehouden wordt. Het gevolg hiervan is dat ik nogal vermoeid ben. Dochterlief voelde zich vanochtend niet lekker. Zij kroop in mijn bed, en ik nam de nogal impulsieve beslissing: ik doe gewoon lekker met haar mee. Ik heb mijn werk gebeld met de mededeling dat ik vandaag niet kom, en geprobeerd belangrijke afspraken te verzetten naar andere dagen (dit is allemaal gelukt, op één afspraak na). Dochterlief en ik hebben de ochtend in bed doorgebracht. De wereld stond voor mij even uit. Technisch gesproken gaf ik mezelf vandaag toestemming om het gewoon allemaal even op te geven. Heel verstandig was deze keuze niet qua verantwoordelijkheden, maar oh, wat had ik dit nu even hard nodig! Ik kan weer ademen! Dochterlief voelt zich inmiddels ook weer een stukje beter. Morgen kunnen we de wereld weer in. 😉

Morgen heeft mama een scan. Hierbij zal ik helaas niet aanwezig zijn. Mijn moeder vindt het niet nodig dat ik meega. Volgende week woensdag krijgen we de uitslag, en dan zal ik haar wel ondersteunen. Mijn oma gelooft dat we dan goed nieuws krijgen. Zelf durf ik hier niet op te hopen. Bang voor gevoel dat het met zich mee zal brengen. Heel reëel gezien kunnen we die desbetreffende woensdag ook te horen krijgen dat mama niet lang meer zal leven. Als ik nu te veel hoop op goed nieuws, dan weet ik niet wat er met me gaat gebeuren als we heel slecht nieuws krijgen. Ik ga liever van het slechtste uit. Wie weet valt het dan allemaal nog wel mee…

Onlangs is onze vorige buurvrouw aan de gevolgen van een hersentumor overleden. Zij zat sinds vier maanden in een rolstoel, en was vorige week in coma geraakt. Niet lang daarna is zij overleden. Haar kinderen zijn jonger dan mijn broertje en ik. Haar overlijden heeft ons diep geraakt. We werden er heel emotioneel door. We huilden voor het te vroeg overlijden van onze vorige buurvrouw. We huilden voor haar kinderen. We huilden voor iedereen die haar nu moet missen. En we huilden voor onszelf, wetend dat het niet meer lang zal duren voordat ook wij afscheid moeten nemen.

Het woord begrafenis komt steeds vaker terug in gesprekken. Ouders van vriendinnetjes van dochterlief bieden aan om samen met hun kinderen naar de begrafenis te komen, zodat dochterlief zich gesteund zal voelen door haar vriendinnen. Ieder van de ouders is geshockt door ons verhaal. Ze zijn vaak niet veel jonger dan mijn moeder. Het besef van de eindigheid van het leven komt ook voor hen hard aan. Ik vraag mama wat zij belangrijk vindt als het gaat om haar afscheid. Ze wilt niet dat mensen langskomen die haar pijn hebben gedaan, en ze wilt niet dat mensen gaan eten op haar crematie/begrafenis. Ze is er nog niet over uit of ze gecremeerd of begraven wilt worden. Opa wilt niet dat mijn broertje en ik de crematie/begrafenis moeten regelen. Hij vindt ons te jong om zoiets te moeten doen. Hij is nu tevens degene die gevolmachtigd is om te beslissen over de beëindiging van mama’s leven als ze nu in coma raakt of door andere omstandigheden hierover niet meer zelf kan beslissen. Hij stond er op dat niet ik die keuze moet maken. Hij zet zijn eigen pijn opzij, om het mij te besparen. De dood is zo akelig dichtbij…

Al met al mogen we niet klagen. Mama kan op dit moment alles nog. Ze heeft vaak pijn, maar de pijn is niet meer zo heel intens. Ze is zelfs gestopt met de morfine, omdat het weer iets beter gaat. Ik begin steeds meer te geloven dat het niet de kwantiteit van het leven is wat belangrijk is, maar juist de kwaliteit. Het gaat niet om de hoeveelheid van dagen wat er toe doet, het gaat om de manier waarop deze dagen ingevuld worden…