Schuifelend komt ze op me af, stapje voor stapje. Ze loopt houterig. Haar gezicht is opgezet door de medicatie. Ik zie de kale plekken op haar hoofd. Paniekerig loop ik naar haar toe. Ik probeer haar te ondersteunen. ‘Het komt wel weer goed’, hoor ik haar zeggen. Ik voel dat het haar laatste dagen zijn. Ik heb de dood nog nooit eerder zo sterk om me heen gevoeld.

Bezweet word ik wakker uit de meest nare droom die ik ooit heb gehad. De opluchting dat het maar een droom is, verandert al snel in verdriet door het besef dat deze droom ooit werkelijkheid zal worden…