Ik ben iemand die alles analyseert. In de kroeg aanschouw ik alle feestvierders. Ik kijk naar hoe zij zich gedragen, hoe zij zich kleden, wat ze drinken en wat voor invloed drank op hen heeft. Wie stapt op wie af? En waarom? Wat gebeurt er als ik nu opeens iets vreemds doe? Iets wat niet in deze setting past. Het om me heen kijken valt al een beetje buiten het standaard gebeuren binnen de kroeg. Jij bent  vast een sociaal wetenschapper, vraagt men me dan ook geregeld. Blijkbaar ben ik zo doorzichtig als wat. 😉

Naast andere mensen analyseer ik vooral mezelf. Ik wil snappen waarom ik ben zoals ik ben. Ik wil mezelf kennen. Docenten op Avans Hogeschool zeiden altijd tegen me dat ik te veel reflecteer. Ook zeiden ze dat ik te theoretisch aangelegd ben. Waar ze bij anderen vooral hamerden op het ontwikkelen van een reflecterend vermogen en het onderbouwen van de stukken die ze aanleveren, hamerden ze er bij mij op dat de theoreticus in mij mag dimmen met alles op mezelf te betrekken.

Nu reflecteer ik weer erg veel. Wat voel ik en waarom? Het was nogal voorbarig om te concluderen dat ik niets voel. Gisteren had ik m’n blog nog niet geschreven of ik merkte al dat het gewoon niet goed met me gaat. Ik voel niet niks. Ik voel juist te veel. Het is voor het eerst dat ik me echt eenzaam voel. Die eenzaamheid lijkt het grootst te zijn op momenten waarop ik juist bij anderen ben. Als reactie hierop vermijd ik diepzinnig contact, met als resultaat dat die eenzaamheid resulteert in echt eenzaam zijn. Het andere gevoel wat echt op de voorgrond treedt is schuldgevoel. Het is te bizar voor woorden, de dingen waar ik me schuldig door voel. De meest rare reden is dat ik m’n dochter te veel van haar oma heb laten houden en andersom. De logica hierachter is dat mijn dochter nu afscheid moeten nemen van haar oma die als een moeder aanvoelt. Andersom zal mama het gevoel hebben afscheid te nemen van haar kind, amper tien jaar oud. Hoe kan ze nu vrede krijgen met haar lot?

Daarnaast hebben we paniek. Deze week moet ik vijf minuten na het opstaan even gaan zitten. De zweet loopt dan over mijn gezicht. Ik ben duizelig. Mijn hart klopt razendsnel. Het lukt me amper om adem te halen. Het is vreemd dat ik het me eerder niet besefte wat het is en waar het vandaan komt. Paniekaanvallen zijn niet nieuw voor me. Onbewust komt iedere dag de realiteit keihard binnen. De eerste paar minuten na het wakker worden is het even alsof mijn leven niet veranderd is. Vervolgens gaat mijn brein werken en realiseert zich wat de realiteit is. Het wordt me gewoon letterlijk te veel op zo’n moment.

En ik voel me op slot zitten. Op m’n werk kan ik niet praten. Tegen familie kan ik niet praten. Met vriend(inn)en kan ik niet praten. Vanuit hun liefde voor mij komen ze met goedbedoelde adviezen over positief en sterk blijven. Het voelt voor mij als een groot toneelspel als ik het beaam, want positief en sterk blijven.. Hoe dan? Wat is er positief aan een hersentumor? Hoe moet ik sterk zijn als ik van binnen kapot ben? Gebroken? Vragen waar zij geen antwoord op hebben. Het enige wat dan door mijn hoofd heengaat is dan ook jullie snappen het niet. Jouw moeder is kerngezond. Jij hebt twee ouders. Ik heb straks niemand meer .

De conclusie van dit hele verhaal is dat ik opnieuw, voor de zoveelste keer, in therapie moet.

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.

KLIK HIER VOOR MIJN ACTIE BIJ STOPHERSENTUMOREN.NL