Vandaag is de zon toch nog een beetje voor me gaan schijnen. Het drukkende gevoel is weg en ik heb weer wat energie. Ik merk dat ik vooral behoefte heb aan doorgaan waar ik was gebleven, voordat mijn moeder de diagnose ‘hersentumor’ kreeg. Hiermee ontken ik niet dat mijn moeder ernstig ziek is, maar het is mentaal niet vol te houden als ik er te veel aan denk. Dit blijkt maar weer uit de verschrikkelijke klote-dagen die ik achter de rug heb. Dit waren niet de eerste en zeker niet de laatste klote-dagen. Ik weet dat er nog veel zware tijden aan komen. Dagen zoals deze ga ik dan ook meer waarderen en het motiveert mij om na te denken over iets wat er voor zorgt dat ik me staande houd.

Vanaf 25 augustus moet ik weer gaan werken. Dat is nog precies twee weken. Op mijn werk weten mijn collega’s nog helemaal niet wat er aan de hand is. Zij weten niet dat mijn moeder ziek is. Het valt me op dat ik er tegen op zie om het mijn collega’s te vertellen. Mijn werk is nu nog een soort van veilige thuisbasis, waar ik even niet geconfronteerd word met het feit dat mijn moeder ziek is. Het liefst zou ik het mijn collega’s helemaal niet vertellen. In deze situatie vind ik het helemaal niet handig dat mijn directe collega’s stuk voor stuk maatschappelijk werkers zijn. Juist omdat ik zelf ondersteuning bied aan mensen die zich in een crisis bevinden, kan ik het ook niet verzwijgen. Mijn professionele handelen kan beïnvloed worden door mijn persoonlijke crisis.

Nu merk ik dat de momenten met mensen, die van niets weten, het fijnst aanvoelen. Mijn dochter die enigszins zorgeloos met haar vriendinnetjes speelt. De logeerpartijtjes van kindjes die niets vermoeden. De oppervlakkige gesprekken met ouders die tegelijkertijd een glimlach op mijn gezicht toveren. De taferelen van al die mensen die op vakantie zijn geweest en waarbij je het enthousiasme in hun ogen kunt zien. Het maakt dat ik weer even van het leven ga houden.

Soms voelt het als verraad om bewust achter te houden wat er echt in mijn hoofd omgaat. Dan overweeg ik om de bom toch te droppen, maar dan moet ik weer eventjes lachen om wat de ander zegt. Ik wil dan gewoon niet dat het stopt. Ik wil niet dat ik nergens meer heen kan om gewoon even de Charissa te zijn die ik was voordat die sluipmoordenaar ons in het vizier kreeg. En ik heb het zo hard nodig om soms gewoon even terug in de tijd te gaan…

De serie ‘The Killing’ houdt me ook flink op de been. Hoe vreemd is het dat een serie je zo kunt helen? Het is een serie over gewone  mensen met een bijzonder verhaal. Ouders die hun dochter kwijtraken. Het is prachtig hoe dit in beeld is gebracht. Het raakt me en ik put er kracht uit. Gewoon omdat het zo realistisch verbeeld wordt in deze serie. Het is allemaal maar in scene gezet, maar toch voelt het alsof ik niet meer alleen ben, zonder dat ik steeds opnieuw hoef te vertellen wat mijn verhaal is.

Deze blog heb ik abrupt en in zéér emotionele toestand omgetoverd tot een zwarte bladzijde in mijn leven. Langzaam hoop ik toch weer te kunnen bloggen zoals ik destijds in gedachte had. Het zal niet in één keer lukken, want mijn hoofd zit nog steeds te vol waardoor ik niet echt over iets anders kan schrijven. Ik hoop in de loop van de weken weer een onderwerp met jullie te kunnen delen die me interesseert. Tot die tijd zal deze blog puur gebruikt worden als een soort dagboek. Niet een heel leuk dagboek waar je met vreugde doorheen bladert, maar ook dat hoort bij het leven. Het is niet alleen maar rozengeur & maneschijn.

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.

foto (7)