“God gives His toughest battles to His strongest soldiers.”

Dagenlang zag ik voor me hoe ik zou reageren als de neuroloog tegen ons zou zeggen dat het echt een hersentumor was. Ik zag mezelf honderd keren schreeuwen met tranen die over mijn wangen rollen. Ik zag mezelf alles in het ziekenhuis kapotslaan van kwaadheid. Uit machteloosheid. Uit verdriet. Uit intense pijn en het totale verlies van controle. Maar hier zit ik dan. Passief. De woorden komen bij me binnen, bewuster dan ik had verwacht. Geen tranen. Geen geschreeuw. Geen kwaadheid. Heel stil incasseer ik de zoveelste klap die binnenkomt als een steek in mijn hart.

In stilte woedt de storm van chaos door mijn hoofd. De neuroloog durft niet te opereren. Het zit te diep, net zoals mijn pijn die door merg en been gaat. Rationeel leg ik aan mijn geliefden, familie en vrienden, uit dat mama een hersentumor heeft. Ik hoor hun verdriet. Ik troost hen. Ik stel hen gerust… terwijl ik me hopeloos en verloren voel. ‘Het komt wel goed’, hoor ik mezelf zeggen.. Meer om mezelf te overtuigen dan hen.

Na al die jaren besef ik pas hoe zeer anderen gelijk hebben als ze zeggen dat je gezegend bent met een goede gezondheid. Nu besef ik pas hoe waar dit is. Op alle andere tegenslagen in het leven kon ik invloed uitoefenen. Nu ben ik enkel een toeschouwer. Er is niets wat ik kan doen om die tumor weg te nemen. Niets ligt in mijn controle. Het enige wat ik kan doen is er voor haar zijn. Hoe mooi dat ook klinkt… ik had zoveel liever nog veel meer gedaan…

Deze blog is in naam van jou,
Mijn heldin, mijn beste vriendin, mijn leven.
Maar vooral mijn moeder.

image[1]