In de zevende eeuw is de islam ontstaan. De islam zelf gaat daarentegen uit van een oervorm vanaf de schepping van de aarde, waarbij de huidige vorm van de islam werd geopenbaard aan de profeet. Moslims stellen dat Mohammed via de engel Djibriel openbaringen van God ontving, waarin hij werd opgeroepen het geloof van Adam en Abraham opnieuw te introduceren. Moslims zien de islam dan ook als de oorspronkelijke religie zoals geopenbaard aan Abraham, Musa (Mozes), Isa (Jezus) en andere islamitische profeten. Mohammed is de profeet van alle volkeren, terwijl voorgaande profeten slecht naar één volk werden gestuurd, aldus moslims. In de Koran wordt er veelvuldig naar verhalen over personen uit de Bijbel verwezen – denk hierbij aan Mozes, Maryam (Maria) en Jezus (die steeds “Isa de zoon van Maryam” wordt genoemd). De bijzonderheden die de Koran over deze personen geeft, wijken echter meestal af van wat de Bijbel over hen zegt. De Koran spreekt bijvoorbeeld tegen dat Jezus aan een kruis stierf en opstond, en was volgens de Hadith niet Isaak de “zoon van de belofte”, maar juist Ismaël, de stamvader van de Arabieren. Een aantal thema’s lijken ontleed aan de Talmoed – na het Oude Testament het belangrijkste boek binnen het jodendom – en de apocriefen van het Nieuwe Testament (Wikipedia).

Er zijn ook verschillende heidense tradities uit voor-islamitische animistische religies in de islam geïntegreerd – zoals bijvoorbeeld het heiligdom Kaäba en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (tawaaf) – dit is de pelgrimstocht naar Mekka. Dit zijn elementen die volgens de islamitische traditie op Abraham teruggevoerd moeten worden (Wikipedia).

De Koran stelt dat de term islam afkomstig is van God zelf:

“Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de islam voor u als religie gekozen”. (Soera De Tafel 3)

De Koran noemt in totaal 25 profeten. In de islam wordt Mohammed doorgaans beschouwd als de laatste profeet, “Zegel der Profeten”. Mohammed heeft de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil afgesloten. Moslims stellen dat de islam de vervolmaking van de monotheïstische religie van God is. Moslims hanteren vaak ‘Allah’ als aanduiding voor God. Dit is geen eigennaam, maar betekent eenvoudig ‘de God’. Moslims geloven dat Hij dezelfde is als de God van joden en de God waarover Jezus sprak, uitgaande van één God (Wikipedia).

Als iemand zich onderwerpt of overgeeft aan de wil van God, wordt moslim genoemd. Het woord moslim betekent ‘iemand die zich overgeeft (aan God)’. Moslims worden door buitenstaanders ook wel islamieten en mohammedanen genoemd. Deze laatste benaming suggereert echter dat moslims Mohammed aanbidden in plaats van God. Iedere moslim zal dit zeer beslist afwijzen (Wikipedia).