Ik wissel het dinsdagprogramma en donderdagprogramma eventjes om. Morgen ga ik namelijk week 26 van My Bucket List ‘voltooien’. Daar zal ik donderdag iets over schrijven. Om deze reden publiceer ik vandaag de stelling van deze week.

Hoe kun je mee discussiëren?  

  • Vul de poll in;
  • Geef in een reactie aan waarom je het eens/oneens bent met de stelling. Je mag op elkaar reageren (graag zelfs!)
  • Volgende week zal ik de uitkomsten van de poll kort bespreken.

Uitslag vorige poll: 

Vier mensen hebben gereageerd. Twee mensen zijn het met de stelling eens. Twee mensen zijn het oneens met de stelling. Bedankt voor het stemmen! 🙂 


Er komt een sociaal leenstelsel in de plaats van de studiefinanciering. Een sociaal leenstelsel bespaart de overheid 800 miljoen euro. Dit geld kunnen zij direct laten terugvloeien naar het hoger onderwijs. Gezien de huidige economische situatie kan dit geld niet zomaar op een andere manier vrijgemaakt worden. Het sociaal leenstelsel bewerkstelligt marktwerking. Niet alleen het geld van de overheid gaat er voor zorgen dat het onderwijs qua kwaliteit verbetert. Studenten zullen ook meer kwaliteit eisen omdat zij nu zelf hun geld in de studie steken. Het betalen van de eigen studie heeft als psychisch effect dat men vanzelfsprekend de studie serieuzer neemt. Nu zijn er veel studenten die er vele jaren over doen om hun studie af te ronden, wat de overheid ontzettend veel geld kost en bovendien verdienen de studenten ook nog eens een jaartje minder voor de overheid. Dit betreft een zeer liberale denkwijze, maar in tijden van de recessie kan de Nederlandse samenleving niet anders dan het op deze wijze benaderen. Het systeem waarbij men zelf betaalt voor de studie stimuleert het maken van een beter passende studiekeuze én een sneller afstudeerproces.

Het aantal studenten zal maar in beperkte mate afnemen. Het gaat hierbij immers om hoogopgeleiden, die waarschijnlijk zichzelf wel zullen realiseren dat zij het makkelijk gaan redden om hun studieschuld af te betalen naarmate zij een baan hebben gevonden. Men kan tevens aannemen dat hoogopgeleiden in staat zijn om hun studie in één keer te kunnen afronden en dat zij geen denkwijze hebben als; ‘Ach, zo duur is het niet, dus ik doe er maar wat langer over’. Het sociaal leenstelsel is simpelweg een stok achter de deur die ervoor zorgt dat niet zomaar iedereen een diploma kan krijgen – maar alleen de mensen die het ook echt verdienen (als het gaat om de inzet betreffende deze studie).

Een student met een diploma kan – zelfs ten tijde van een economische crisis – prima een baan vinden. Hierdoor zullen zij in staat zijn om de lening terug te betalen. Tevens wordt er regelmatig gesuggereerd dat er bij het afschaffen van de studiefinanciering studenten geen hbo of wo meer kunnen volgen. Het Nederlands hoger onderwijs blijkt niet prijsgevoelig te zijn. Deze studenten hebben geen moeite met het investeren in hun toekomst. Tevens is de langstudeer-boete afgeschaft, dus men kan gewoon naast de studie werken en mogelijk langer over de opleiding doen. Als student kan men tegen zachte voorwaarden geld lenen voor de studie. Als men na de studie geen baan kan vinden of een baan die weinig betaalt, dan heeft men nog twintig jaar om de schuld terug te betalen. Als men het niet kan opbrengen om de lening binnen twintig jaar terug te betalen, dan wordt de restschuld kwijtgescholden. Het afbetalen van de lening is inkomensafhankelijk.

Studenten profiteren van de wijze waarop de studiefinanciering is geregeld. Van studenten mag er wel iets meer gevraagd worden. Iedereen moet tegenwoordig qua financiën inleveren. Voor de overheid geldt tevens dat centjes maar één keer kunnen worden uitgegeven. Het is dan ook belangrijk dat deze euro’s zo adequaat mogelijk worden gespendeerd. Er zijn héél veel mensen die profiteren van de studiefinanciering, denk hierbij aan buitenlandse studenten. Volgens de richtlijnen van de Europese Unie mogen zij niet meer collegegeld betalen dan de Nederlandse studenten. Zij kunnen dus heel veel profiteren van onze studiefinanciering, omdat het studeren in het eigen land veel duurder is. Als we een leenstelsel invoeren zullen zij later ook gewoon geld aan de Nederlandse overheid terug moeten betalen.  Als belastingbetaler is men beter af met het nieuwe leenstelsel. Het geld wordt efficiënter besteed, waardoor de kosten zullen dalen.