Terroristische aanslagen

Iedereen herinnert zich vast de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten van Amerika nog wel. De spanningen tussen de moslimwereld en het vrijgevochten westen zijn sindsdien door een aantal gebeurtenissen toegenomen. Hierbij kun je denken aan de oorlogen in Afghanistan en Irak. De terroristische aanslagen van moslimextremisten in Madrid en London zorgden tevens voor internationale onrust (Kruip, 2009). In Nederland is er een verhoogde aandacht voor terrorismebestrijding ontstaan, wat geleid heeft tot de ontwikkeling van een aantal nieuwe beleidsmaatregelen. Er zijn preventiemaatregelen ontwikkeld tegen radicalisering en rekrutering voor de gewelddadige jihad. Tevens zijn er voorlichtingsprogramma’s ontwikkeld om het publiek te informeren en er zijn organen opgericht om de bestrijding van terrorisme te coördineren. Denk hierbij aan nieuwe samenwerkingsverbanden tussen inlichtingen- en opsporingsdiensten (Van Gestel & De Poot, 2014).

Wat zijn misdaden met een terroristisch oogmerk?

  • Het zijn misdaden die de Nederlandse bevolking vrees aanjagen;
  • Het betreft mensen die de overheid of internationale organisaties dwingen om iets te doen, niet te doen of te dulden;
  • De misdaad wordt ondernomen om de economische, politieke of sociale structuren van Nederland of van een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of zelfs te vernietigen.

Wet terroristische misdrijven

In Nederland is er in het afgelopen decennium meerdere malen een nieuwe wet- en regelgeving geïntroduceerd met als doel het effectief aan kunnen pakken van terroristische misdaden. In 2004 is bijvoorbeeld de ‘Wet terroristische misdrijven’ in werking getreden. Misdaden die worden gepleegd met een terroristisch oogmerk worden zwaarder gestraft en in deze wet is tevens een uitbreiding van de strafbaarstelling vastgelegd. Dit betekent dat het werven van mensen voor de gewapende strijd – waaronder de gewelddadige jihad wordt verstaan – strafbaar is gesteld, net zoals samenspanning met als doel een ernstige terroristische misdaad te plegen. De wet betreft dus een strafverzwaring alsook een verruiming van de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen. Deze wet is geregeld binnen het Wetboek van Strafrecht (Van Gestel & De Poot, 2014). De ‘Wet terroristische misdrijven’ wijzigt het Wetboek van Strafrecht en een aantal andere wetten in verband met de uitvoering van verplichtingen die zijn ontstaan vanuit het EU-kaderbesluit over terrorismebestrijding.

Hoe ziet de wet er in hoofdlijnen uit?

  • ‘Verhoging van de maximale gevangenisstraffen voor misdrijven zoals, doodslag, mishandeling, kaping of ontvoering met vijftig procent als zij met een terroristisch oogmerk worden gepleegd;
  • Strafbaarstelling van rekrutering ten behoeve van de jihad en van samenspanning tot het begaan van terroristische misdrijven;
  • Als op een misdrijf al een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaar staat, zoals doodslag, wordt de straf verhoogd tot levenslang of maximaal twintig jaar;
  • Op deelneming aan een terroristische organisatie komt een maximale gevangenisstraf van vijftien jaar te staan;
  • De leiders van een terroristische organisatie kunnen een levenslange gevangenisstraf krijgen’.

Naast de ‘Wet terroristische misdrijven’ is er de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’. Deze wet is op 1 februari 2007 is werking getreden en is er op gericht om opsporingsonderzoeken naar terroristische misdrijven in een vroege fase mogelijk te maken en langer te laten voortduren, zodat terroristische misdaden voorkomen kunnen worden en om verdachten van terroristische misdaden adequaat te kunnen vervolgen. Hierbij gaat het tevens om opsporing en vervolging van verdachten van voorbereidende handelingen. Deze wetswijzigingen hebben als doel om de preventieve functie van het strafrechtelijk optreden te verbeteren. Er wordt nadruk gelegd op de preventieve functie van het strafrecht omdat er geredeneerd wordt dat terrorisme moeilijk te bestrijden is met klassieke strafrechtelijke middelen. Terroristen lijken zich niet te laten weerhouden door de dreiging met een een hoge straf. Het gaat bij terrorisme vaak om zeer ernstige en destructieve misdaden. De minister van Justitie acht deze aanzienlijke en aangrijpende verruimingen noodzakelijk. Hij onderkent tegelijkertijd dat er zorgvuldig met de nieuwe wettelijke mogelijkheden omgegaan moet worden, wat tot zijn besluit heeft geleid om het gebruik van de wet te laten monitoren en de werking van de wet na een periode van vijf jaar te evalueren (Van Gestel & De Poot, 2014).

Mohammed Bouyeri

200px-Bouyeri

Mohammed Bouyeri is op 8 maart 1978 in Amsterdam geboren. Hij is een Nederlandse moslimextremist van Marokkaanse afkomst die een levenslange gevangenisstraf uitzit voor de moord op Theo van Gogh. Deze moord werd gepleegd op 2 november 2004 (Wikipedia).

Mohammed werd geboren als zoon van eerste generatie Marokkaanse Nederlanders. Zijn ouders beheersten de Nederlandse taal slecht en hadden weinig contact met autochtone Nederlanders. Er werd bij Mohammed thuis Tarifit (Riffijns) gesproken. Mohammed beheerst de Arabische taal maar zeer beperkt. Hij heeft een zowel Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit. In 1995 rondde hij een havo-opleiding af. Hierna volgde hij een opleiding bij Hogeschool InHolland te Diemen. Hij is een aantal keer van studie gewisseld, maar verliet de school na vijf jaar zonder diploma (Wikipedia).

Mohammed heeft een tijdlang als vrijwilliger gewerkt bij Eigenwijks. Eigenwijks is een organisatie van samenwerkende wijkbewoners in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. In februari 2002 schreef Mohammed een verslag van een mede door hem georganiseerd “politiek jongerendebat”. Hij zou later een stuk over normen en waarden en de Koran hebben geschreven. Samen met vrienden heeft hij een compleet plan opgesteld voor een buurtcentrum. In dit buurtcentrum zouden onder andere scholieren huiswerkbegeleiding kunnen krijgen. Dit plan werd door het Ministerie van VROM afgewezen. Mohammed ging de regels van de islam steeds strenger interpreteren, waardoor hij voor de stichting Eigenwijks steeds minder taken kon uitvoeren. Hij weigerde alcohol te schenken en aanwezig te zijn bij activiteiten waar zowel mannen als vrouwen aan deelnamen. In het najaar van 2003 voltrok deze radicalisering. Mohammeds moeder overleed in 2001 en in deze najaar van 2003 hertrouwde zijn vader. Ook was in deze periode de oorlog in Irak bezig. Mohammed liet zijn baard groeien en begon een djellaba te dragen. Hij bezocht de Tawheedmoskee en hier kwam hij in contact met andere radicale moslims, onder wie Samir A. en leden van de Hofstadgroep (een terreurnetwerk van gelijkgestemde moslimextremisten). Volgens het Openbaar Ministerie werden in het huis van Mohammed diverse ‘huiskamerbijeenkomsten’ georganiseerd van de Hofdstadgroep. Er werd door de AIVD afluisterapparatuur geplaatst (Wikipedia).

Kort na de moord op Theo van Gogh werd Mohammed, tijdens een vuurgevecht met de politie, in zijn been geschoten en vervolgens aangehouden. Tijdens verhoren beriep Mohammed zich op zijn zwijgrecht. Er werd hem door de officier van justitie mr. Leo de Wit zes misdrijven ten laste gelegd: moord, poging tot moord (op een politieagent), poging tot doodslag (op voorbijgangers/omstanders en/of politieagenten), overtreding van de wapenwet, verdenking van deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk en samenspanning tot moord met een terroristisch oogmerk op Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en/of anderen (Wikipedia).

Mohammed droeg toen hij werd gearresteerd een afscheidsgedicht met de titel In bloed gedoopt bij zich, waaruit bleek dat hij als martelaar had willen sterven.

‘Dit is dan mijn laatste woord…

Door kogels doorboord…

In bloed gedoopt…

Zoals ik had gehoopt’.

Mohammed werd acht weken opgenomen in het Pieter Baan Centrum. Hier weigerde hij te praten met psychiaters en andere deskundigen. Het Pieter Baan Centrum concludeerde dat Mohammed volledig toerekeningsvatbaar was. Hij werd 11 tot 26 juli 2005 in de extra beveiligde rechtbank De Bunker in Amsterdam-Osdorp berecht. De rechtbank vaardigde een bevel tot medebrenging uit. Mohammed was zodoende tegen zijn zin aanwezig bij het proces en het vonnis. Het proces nam twee dagen in beslag, de voorlezing van het vonnis duurde een uur (Wikipedia).

Mohammed wordt door de media de godsdienstwaanzinnige moordenaar van Theo van Gogh genoemd. In zijn strafzaak gaf Mohammed wat prijs over zijn motief. Hij gaf hierin aan dat hij vanuit zijn geloof heeft gehandeld:

‘De wet draagt mij op van iedereen de kop eraf te hakken die Allah en de Profeet beledigt’.

Mohammed vertelde in de rechtszitting ook dat hij het weer zou doen en dat hij op de politieagenten had geschoten met de intentie om hen te vermoorden. Hij zei tegen de moeder van Theo van Gogh:

 ‘Ik voel uw pijn niet. Dat kan ik niet’.

Volgens Mohammeds advocaat Peter Plasmans verviel de aanklacht van het Openbaar Ministerie dat zijn cliënt met een terroristisch oogmerk had gehandeld met deze verklaring. Een terroristische misdaad is, volgens Peter Plasmans, namelijk gericht op willekeurige slachtoffers, terwijl de keus voor Theo van Gogh weloverwogen was. Peter Plasmans zei dit pas ’s avonds in een uitzending van het tv-programma Nova, omdat hij tijdens de rechtszitting van Mohammed geen verweer mocht voeren. Mohammed erkent de Nederlandse rechtsorde namelijk niet (Leistra, 2005).

De officier van justitie, Frits van Straelen, vindt dat er wel degelijk sprake van een terroristisch oogmerk was. Mohammed wilde namelijk met de moord op Van Gogh de Nederlandse bevolking vrees aanjagen en de samenleving ontwrichten. Hij verwees hiervoor naar de dreigbrief aan VVD-Kamerlid Hirsi Ali die op het lichaam van Van Gogh was gespietst. Hierin werd ook de Nederlandse bevolking gewaarschuwd voor aanslagen.  Frits van Straelen noemt de moord op van Gogh een aanslag op de vrije meningsuiting. Mohammed was bovendien niet bepaald een meeloper in de zogenoemde Hofstadgroep (Leistra, 2005).

Over de ideologie van Mohammed verklaarde de rechtbank, gebaseerd op het onderzoek van een deskundige, dat Mohammed de islam met geweld wilde verdedigen en belediging van de islam wilde wreken. Hierbij werd er door de deskundige verwezen naar het document ‘Verplichting van het doden van degene die de profeet (sallallahu alaihie wa sallam) uitscheldt’. Dit document is op 2 juli 2004 door Mohammed vanuit het boek ‘As Sarim alMasloel 3la Satmie Arrasoel’ (geschreven door de 14e eeuwse auteur Ibn Taymiyyah) vertaald (Wikipedia).

De rechter verklaarde alle ten laste gelegde daden bewezen, behalve een terroristische opzet bij de poging tot moord op agenten en omstanders. Mohammed werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hierbij nam de rechtbank in aanmerking dat er geen kans werd gezien voor resocialisatie en dat maximale bescherming van de Nederlandse samenleving van het grootste belang was. Mohammed behield zijn passief en actief kiesrecht, omdat hij daar volgens de rechtbank als anti-democraat toch geen gebruik van zou maken. Geen van beide partijen ging in hoger beroep (Wikipedia).

In september 2005 werd Mohammed vanuit de Bijlmerbajes overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting binnen de Penitentiaire Inrichting in Vught. Op februari 2006 sprak Mohammed voor een tweede keer, maar nu als verdachte in het proces rondom de Hofstadgroep. Mohammed verklaarde in een uren durende warrig betoog dat de enige manier om de hemel te bereiken de weg van geweld tegen ‘de goddelozen’ was. Het betoog van Mohammed werd als schadelijk gezien voor de leden van de Hofstadgroep, aangezien Mohammed op deze manier bevestigde dat de ideologie volledig gebaseerd was op geweld en terreur. Het betoog was tevens nadelig voor het imago van Mohammed, aangezien het betoog warrig en intellectueel van een laag niveau bleek. Hiermee werd zijn aanzien binnen de islamitische gemeenschap ernstig geschaad (Wikipedia).

De rechtbank oordeelde in de uitspraak tegen de Hofstadgroep op 10 maart 2006 dat Mohammed de leider was van deze groep. Hij was reeds tot levenslang veroordeeld, en hierdoor kon hem geen extra straf worden opgelegd (Wikipedia).

Nederland

In Nederland zijn de verhoudingen tussen autochtone Nederlanders en moslims niet onaangetast gebleven. Signalen hiervoor zijn de moord op Theo van Gogh en de publieke reactie hierop alsook de opkomst van rechtse politici zoals Pim Fortuyn, Rita Verdonk en niet te vergeten Geert Wilders. De discussie betreffende de islam en de integratie is verhard. Het multicultureel beleid is verschoven naar een beleid dat meer gericht is op assimilatie, oftewel de eenzijdige aanpassing van moslims op de meerderheidsgroep. De islam wordt als het probleem gezien voor de beperkte integratie van moslims in Nederland (Kruip, 2009).

Een groot percentage autochtone Nederlanders is van mening dat de islam en de hierbij behorende tradities en instituties de Nederlandse cultuur in de weg staat. Van moslims wordt verwacht dat zij zich aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden. Zij moeten zich meer op de Nederlandse samenleving oriënteren en zich minder naar ‘binnen keren’. Autochtone Nederlanders hebben de afgelopen jaren een steeds negatievere attitude ten opzichte van etnische minderheden gekregen. De cijfers liegen er niet om. Zestig procent van de autochtone Nederlanders staat negatief tegenover het hebben van buren van een andere etnische achtergrond, terwijl dit in 1995 nog ongeveer 45% was. In de media is deze negatieve attitude merkbaar en dan met name gericht op moslims. De anti-islam gevoelens worden in de media steeds meer expliciet gemaakt. Sinds de aanslagen in 2001 en de moord op Theo van Gogh in 2004 zijn de persberichten ten aanzien van moslims negatiever geworden. De trend speelt zich niet alleen af in Nederland, maar ook in andere Europese landen (Kruip, 2009).

Juist door deze negatieve houding ten aanzien van de islam zouden moslims zich meer uitgenodigd kunnen voelen om zich te gaan identificeren met de islam waarbij ze zich mogelijk sterker kunnen verzetten tegen de liberale, seculiere, Nederlandse samenleving (Kruip, 2009).