Gisteren plaatste ik een blog met hierin onder andere een bedankje aan mijn ‘vader’. Ik denk niet meer vaak aan hem, maar gisteren was zo’n moment dat ik wel aan hem dacht. Ik zou hem het liefst helemaal vergeten, maar dit is een vrijwel onmogelijke opgave. Hij is in zijn afwezigheid altijd aanwezig. Ik zie zoveel uiterlijke kenmerken van hem terug als ik naar mijn spiegelbeeld kijk. De meeste mensen hebben een vader die van hen houdt. Ik heb een vader die mij niet in zijn leven wilt, en ja, dat doet soms heel erg veel pijn.

Mijn dochtertje kent haar opa niet eens. Ze vraagt weleens hoe het komt dat ik geen papa heb. Hoe leg je een kind van 9 uit dat je vader geen contact meer met je wilt? Ik snap zelf amper hoe het kan dat je als ouder zijnde je kind niet meer wil zien, hoe je als ouder zijnde je kind kapot kan slaan, kapot kan schelden…ieder vezel in zijn of haar lichaam kan kapot maken. Ik snap niet hoe je je eigen vlees en bloed kan achterlaten in een situatie waarvan je weet dat die niet goed is voor hem of haar.

En ik snap mezelf evenmin. Hoe kan het dat ik na al die jaren nog steeds hoop dat er een dag komt waarin hij zegt dat het hem spijt, dat hij me in zijn armen neemt en zegt dat ie trots op me is? Hoe kan ik hem tot op de dag van vandaag af en toe nog intens missen? Hoe kan het dat ik nog steeds verdrietig word omdat ik geen vader heb…geen vader die van me houdt? Het zou zoveel makkelijker voor me zijn als het me gewoon allemaal niets meer deed, en dat ik niet langer behoefte heb aan een vader.

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Op het moment dat ik de haat door mijn bloedvaten voel stromen, en mijn hart vervuld raakt met verbittering en woede, dan grijpt Hij in. Ik heb mijn vader 11 jaar niet gezien…tot vanochtend. Ik liep mijn straat uit en ineens zag ik hem voorbij rijden. Hij keek me aan. Ik zag dat hij me herkende. Het klinkt misschien raar, maar ondanks het feit dat ik hem al die jaren niet heb gezien voel ik nog steeds een bepaalde verbondenheid met hem. Hij is oud geworden. Hij keek snel weg. Het duurde even voordat ik mezelf herpakt had. De haat, de woede, het verdriet…. ik kan het niet langer voelen. Die man is mijn vader. Alles wat ik voel, alle haat en woede, dat is niet omdat hij niets voor me betekent maar juist omdat hij de wereld voor me betekent. Ik kan hem niet ontlopen, want hij heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Ik heb mijn leven aan hem te danken. Hoe graag ik ook zou willen dat hij niet langer meer in mijn gedachten bestaat, hij zal altijd in mijn gedachten zijn; iedere keer dat ik geconfronteerd word met het feit dat ik geen vader heb, geen vader om me naar het altaar te begeleiden, geen opa voor mijn kind(eren), en als mijn moeder sterft heb ik helemaal niemand die me kan troosten zoals alleen een ouder kan.

Afbeelding