Ik ga terug naar 1999. Destijds zat ik in de eerste klas van Havo/vwo bij het ‘Fiorettie College’ te Veghel. Nooit zal ik de oproep vergeten die door de luidsprekers kwam. Ons werd verzocht in de klaslokalen te blijven en de instructies van de docent op te volgen. Wij wisten toen nog niet dat er een levensgevaarlijk incident plaatsvond bij de school tegenover ons. Het Leijgraaf College stond nog geen 10 meter van ons schoolgebouw vandaan. De beelden van de slachtoffers van het schietincident zullen mensen zelfs op de dag van vandaag nog goed herinneren. Een jongen had zijn pistool leeggeschoten in het computerlokaal van de school. Ik herinnerde me nog dat ik bang was. Toen we naar buiten mochten stond de media er al. Iedereen ging er in eerste instantie er vanuit dat het een incident was zoals eerder al meerdere malen in de Verenigde Staten was gebeurd. Er werd vanuit gegaan dat het een verwarde jongere betrof die uit frustratie op leerlingen en docenten schoot. Later bleek dit echter een ander soort incident te zijn: het was een kwestie van eer.

In 1999 werd ik als twaalfjarig oud meisje voor het eerst geconfronteerd met eer gerelateerd geweld en dit heb ik de rest van mijn leven met me mee moeten slepen. Dit onderwerp heeft dan ook altijd mijn interesse gehad. Ik ben iemand die veel op zoek is naar het waarom en hoe het kan dat mensen tot dergelijk geweld in staat zijn. Wie zijn de mensen achter deze incidenten is een vraag die regelmatig bij mij naar boven komt.

Eerwraak

Volgens het boek Ermers (2007) is eerwraak het herstellen of herwinnen van de verloren gegane zedelijke familie-eer door de schuldige aan het verlies ervan te doden, nadat het eerverlies heeft plaatsgehad. Van der Zee (2006) vertelt dat er volgens de Verenigde Naties wereldwijd vijfduizend vrouwen per jaar in de naam van de familie-eer vermoord worden. Zij zijn bij uitstek de slachtoffers van eer gerelateerd geweld. Maar wie zijn de daders? Wie plegen de moorden in de naam van de familie-eer? Hoe gaan zij te werk?

Daders

‘Mij maakt het niet uit, als ik maar de eer van de familie redt’, zei Ali D.

(schutter bij het Leijgraaf College te Veghel)’

Eremoorden zijn voornamelijk zo schokkend omdat de daders vaak naaste familieleden van het slachtoffer zijn. Denk hierbij aan vaders, grootvaders, ooms, neven, broers of echtgenoten. Zij zijn degenen die het doodvonnis voltrekken wanneer een ongehuwd meisje de familie-eer heeft geschonden. Er zijn gevallen bekend waarbij een broer weigerde hun zus iets aan te doen. Gevolg hiervan is dat zij zelf slachtoffer kunnen worden van eerwraak.

De plegers van eerwraak zien zichzelf, volgens Van der Zee (2006) niet als moordenaars. Zij vinden de familie-eer belangrijker dan het recht op leven. De plegers van eerwraak zien zichzelf juist als slachtoffer. Er zijn daders die zich ervan bewust zijn dat het vermoorden van hun vrouw of ander familielid niet te verenigen valt met hun geloof. Zij vinden echter dat een erekwestie een uitzondering op die regel vormt.

Volgens Ermers (2007) is in principe het familiehoofd, vaak de grootvader, de intellectuele dader. Het familiehoofd neemt het besluit dat er overgegaan wordt op het plegen van eerwraak op de ‘schuldige’ van het verlies van eer. Vaak valt de keuze voor degene die eerwraak zal plegen op een relatief jong familielid (12-18 jaar) vanuit de kant van de verantwoordelijke man. De keuze voor een jongen van een dergelijk jonge leeftijd wordt bepaald door twee argumenten. Ten eerste laat een jongen van die leeftijd geen vrouw en kinderen achter terwijl hij voor justitie op de vlucht is of in de gevangenis zit. Ten tweede is de strafmaat voor minderjarigen milder. Er wordt volgens Ermers (2007) gedacht dat het familiehoofd bepaalt wie de eerwraak gaat plegen en dat de jonge dader de daad in blinde gehoorzaamheid uitvoert. Volgens dit boek heeft de jonge dader echter zelf ook een eigen motief, want ook zijn zedelijke familie-eer loopt gevaar. Doorgaans betuigt de pleger van eerwraak volgens Ermers (2007) geen spijt.

Naast het familiehoofd en degene die eerwraak pleegt hebben ook vrouwen een rol bij eerwraak. Zij hebben er immers ook belang bij dat de zedelijke familie-eer herwonnen of gezuiverd wordt, en niet zelden staan ook vrouwen de intellectuele of de feitelijke dader met raad en daad bij. Van der Zee (2006) zegt dat vrouwen daarnaast een rol spelen bij eer gerelateerd geweld door te roddelen en door de erecode door te geven aan hun kinderen via de opvoeding.

Vaders, broers of echtgenoten steken volgens Van der Zee (2006) veel tijd in het opsporen van hun slachtoffer. De mannen kunnen zeer creatief zijn bij het adres van weggelopen vrouwen te achterhalen. Soms opereren deze mannen alleen, maar vaak worden de mannen gesteund door familieleden en zijn er zelfs vrienden die meehelpen met zoeken of aanmoedigen. Er is de mogelijkheid dat familieleden hun slachtoffer onder valse voorwendselen terug naar huis proberen te lokken en haar vervolgens vermoorden.